Je bent aan het wandelen. Onderweg naar je werk. Of je ligt net in bed.
En ineens is daar een gedachte.
Niet groot of spectaculair. Meer een klein vonkje.
Vaak zijn we geneigd zo’n gedachte meteen te beoordelen. Is dit wel realistisch? Heb ik hier tijd voor? Is het eigenlijk wel een goed idee?
En voor we het weten is ze weer verdwenen.
Voor mij begint creativiteit precies daar.
Niet bij de gedachte zelf, maar bij de aandacht die we haar geven. Bij de bereidheid om haar even te laten bestaan, zonder haar direct te willen begrijpen, uitvoeren of afwijzen.
Dat laatste is vaak het moeilijkst.
We zijn onze eerste criticus. Nog voordat iemand anders iets heeft gezegd, hebben we de gedachte zelf al verworpen.
Kan ik dit wel zeggen?
Is dit niet te vreemd?
Wie zit hier eigenlijk op te wachten?
De grootste uitdaging is niet altijd om creatiever te worden, maar om een gedachte lang genoeg gezelschap te houden.
Kijk en luister naar wat er gebeurt wanneer de omstandigheden zijn gecreëerd, maar de uitkomst niet vastligt.
Céleste Boursier-Mougenot, clinamen – drijvende porseleinen kommen brengen door toevallige ontmoetingen klanken voort. Een werk over aandacht, beweging en wat ontstaat wanneer je ruimte laat voor het onverwachte. Bourse de Commerce – Pinault Collection, Parijs.
Ik ben altijd ondernemend geweest en heb nooit gebrek gehad aan ideeën. Wat de afgelopen jaren is veranderd, is niet dat ik creatiever ben geworden. Ik ben mijn aandacht meer gaan vertrouwen.
Ik luister beter naar wat mij energie geeft, naar wat steeds terugkomt en naar kleine gedachten die zich blijven aandienen. Wanneer ik ze niet onmiddellijk een richting opleg, gebeurt er vaak iets: de ene gedachte nodigt de volgende uit.
De eerste contouren van A Brilliant Noise ontstonden zo. Niet tijdens een strategische sessie, maar terwijl ik rustig lag. Er kwamen woorden, beelden en onverwachte verbindingen. Ik schreef ze op, zonder te weten waar ze naartoe zouden leiden. Langzaam ontstond er samenhang en begon het idee vorm te krijgen.
Bij het arrangeren ervaar ik iets vergelijkbaars. Ik probeer niet alles vooraf te bedenken, maar luister naar wat de muziek nodig heeft. Soms dient zich een tegenstem aan, soms juist een stilte. De ene keuze roept de volgende op, totdat er een muzikale stroom ontstaat.
Bij het schilderen is de impuls veel fysieker. Ik voel dat ik een bepaald beeld wil schilderen en zie het vaak al duidelijk voor me voordat ik begin. Daarna volgt het ambachtelijke werk. Ik zaag en schuur het hout, lijm het paneel en prepareer de ondergrond. Het maken begint dus niet pas wanneer ik de eerste verf aanbreng. De fysieke voorbereiding hoort al bij de beweging naar het beeld toe.
Ook tijdens repetities luister ik niet alleen naar wat er klinkt, maar naar wat er mogelijk is. Naar de musici, de klank en de energie in de groep. Ik hoor verbindingen die er nog niet zijn, maar wel kunnen ontstaan. Dat vraagt om een open vorm van aandacht: aanwezig zijn zonder alles vooraf te bepalen.
Pas de laatste jaren zie ik dat muziek, schilderen, schrijven, ondernemen en organiseren voor mij geen losse werelden zijn. Ze komen voort uit dezelfde bron: aandacht voor iets wat zich aandient, maar nog geen vaste vorm heeft.
Door daar niet onmiddellijk over te oordelen, ontstaat ruimte.
Ruimte om te dwalen en te spelen. Om onverwachte verbanden te zien. Om een gedachte niet meteen af te rekenen op haar nut.
De afgelopen jaren ben ik, zonder het zelf helemaal te beseffen, vooral daarmee bezig geweest: niet alleen projecten bouwen, maar omstandigheden creëren waarin muziek, kunst, ondernemerschap en nieuwe ideeën bij elkaar komen. Wat daaruit ontstaat, hoeft niet vooraf vast te liggen. Juist in die ruimte kunnen verschillende kanten elkaar versterken.
Dat principe reikt verder dan mijn eigen manier van werken. Niet iedereen beschikt over dezelfde tijd, vrijheid of omstandigheden. Maar waar ruimte ontstaat voor wat zich aandient, krijgt iets wat nog onzichtbaar is de kans zich te ontwikkelen.
De creatieve impuls vraagt niet in de eerste plaats om een goed idee.
Ze vraagt om aandacht.
Is er een gedachte die de laatste tijd steeds terugkomt? Niet luid of dwingend, maar als een zacht tikje op je schouder?
Ze hoeft vandaag nog nergens naartoe.
Houd haar eerst wat langer gezelschap.








