De creatieve impuls begint met aandacht
Misschien herken je het.
Je bent aan het wandelen. Of onderweg naar je werk. Je ligt net in bed.
En ineens is daar een gedachte.
Niet groot. Niet spectaculair.
Meer een klein vonkje.
Vaak zijn we geneigd zo’n gedachte meteen te beoordelen. Is dit wel realistisch? Heb ik hier tijd voor? Is het eigenlijk wel een goed idee?
En voor we het weten is ze weer verdwenen.
Volgens mij begint creativiteit veel eerder.
Niet bij een idee.
Maar bij aandacht.
Bij de bereidheid om een gedachte even te laten bestaan, zonder haar direct te willen begrijpen, uit te voeren of af te wijzen.
Dat laatste is misschien nog wel het moeilijkst.
Want vaak zijn we onze eerste criticus.
Nog voordat iemand anders iets heeft gezegd, hebben we de gedachte zelf al afgewezen.
Of we vragen ons af wat anderen ervan zullen vinden.
Kan ik dit wel zeggen?
Is dit niet te vreemd?
Wie zit hier eigenlijk op te wachten?
Misschien is de grootste uitdaging niet om creatiever te worden.
Maar om een gedachte lang genoeg gezelschap te houden.
Sta daar eens heel even bij stil.
Is er een gedachte die de laatste tijd steeds terugkomt?
Niet luid.
Niet dwingend.
Maar als een zacht tikje op je schouder.
Misschien hoeft die vandaag nog nergens naartoe.
Misschien vraagt ze alleen om aandacht.

Avondwandeling langs het IJmeer met Sieta en Yara – 24/07/26
Ik ben altijd ondernemend geweest. Ideeën had ik nooit tekort. Wat de afgelopen jaren veranderd is, is niet dat ik creatiever ben geworden.
Ik ben mijn aandacht meer gaan vertrouwen.
Ik ben gaan luisteren naar wat mij energie geeft.
Naar wat steeds weer terugkomt.
Naar die kleine gedachten die zich blijven aandienen.
Opvallend genoeg gebeurt er dan vaak iets. Alsof de ene gedachte de volgende uitnodigt.
De eerste contouren van A Brilliant Noise ontstonden zo. Niet tijdens een strategische sessie, maar terwijl ik rustig lag. Er kwamen woorden. Beelden. Verbindingen. Ik schreef ze op, zonder te weten waar ze naartoe zouden leiden.
Bij het arrangeren ervaar ik hetzelfde. Ik probeer niet alles vooraf te bedenken. Ik luister naar wat de muziek nodig heeft. Soms dient een tegenstem zich aan. Soms juist een stilte. En ineens ontstaat er een stroom waarin de ene keuze bijna vanzelf de volgende oproept.
Schilderen voelt nog directer. Er zijn momenten waarop ik eenvoudigweg weet dat ik naar mijn atelier moet. Niet omdat het gepland staat, maar omdat er iets gemaakt wil worden.
Ook tijdens repetities probeer ik volledig aanwezig te zijn. Ik luister naar de musici, naar de klank, naar de energie in de groep. Ik hoor verbindingen die er nog niet zijn, maar wel mogelijk zijn. Na afloop ben ik vaak moe. Niet omdat ik alleen hard heb gewerkt, maar omdat aandacht veel energie vraagt.
Pas de laatste jaren zie ik dat muziek, schilderen, schrijven, ondernemen en organiseren voor mij helemaal geen losse werelden zijn.
Ze komen voort uit dezelfde bron.
Dat inzicht heeft me iets belangrijkers geleerd.
We besteden veel aandacht aan het ontwikkelen van onze talenten. We volgen opleidingen, lezen boeken en zoeken naar onze passie.
Groei begint wat mij betreft ergens anders.
Bij de ruimte die we onszelf gunnen.
Ruimte om te dwalen.
Ruimte om te spelen.
Ruimte om een gedachte niet meteen af te rekenen op haar nut.
Ik merk dat ik de afgelopen jaren, misschien zonder het zelf helemaal door te hebben, precies daarmee bezig ben geweest.
Ik bouwde niet alleen projecten.
Ik bouwde ruimte.
Ruimte waarin muziek, kunst, ondernemerschap en nieuwe ideeën samenkomen.
Ruimte waarin verschillende kanten van mijzelf elkaar gingen versterken.
Dat geldt zeker niet alleen voor mij.
We groeien naar de ruimte die we onszelf gunnen. Niet iedereen heeft daarbij dezelfde mogelijkheden of omstandigheden. Maar waar ruimte ontstaat, krijgt potentie de kans zich te ontwikkelen.
Misschien is dat wel de creatieve impuls.
Niet iets wat je zoekt.
Maar iets waarvoor je af en toe even stil durft te zijn.








